Programma

Erik Bergman – Finland – (1911-2006): Sommarnatt (1945)
Jean Sibelius – Finland – (1865-1957): Rakastava (1893)
Kaija Saariaho – Finland – (geb. 1952): Nuits, Adieux (1996)
Beat Furrer – Zwitserland – (geb. 1954): Enigmas I-III (2006-2008)
Einojuhani Rautavaara – Finland – (1928-2016): Vespers (1971)

Toelichting

Finland heeft als onafhankelijke staat een relatief korte geschiedenis. Eeuwenlang maakte Finland deel uit van het Zweedse koninkrijk, tot het begin van de 19e eeuw. Daarna was Finland sterk verbonden met het Tsaristische Rusland, tot dat het zich op 4 januari 1918 onafhankelijk verklaarde. Deze geschiedenis is er dan ook mede de oorzaak van dat er nauwelijks oude of achttiende-eeuwse Finse muziek bestaat. Het is vooral aan het eind van de negentiende en in de twintigste eeuw, dat in Finland een duidelijke nationale school in componeren ontstaan is, met Jean Sibelius als de voornaamste exponent. In de recentere jaren is een levendige kern van contemporaine componisten actief. 

Erik Bergman

De Finse componist Erik Bergman wortelde in de negentiende-eeuwse romantiek, maar sloeg een brug naar de nieuwe tijd en wordt daarom beschouwd als de vader van het Finse Modernisme.  Hij doceerde compositie aan de Sibelius Academy in Helsinki en beïnvloedde zo de toekomstige generaties Finse componisten.  In Bergmans vroege composities voor gemengd koor zien we een stijl ontstaan die zich bevrijdt van de mineur/majeur-tonaliteit. Reeds in zijn vroege composities exploreert Bergman de mogelijkheden van de menselijke stem, gaandeweg kenmerkend voor hem. De magie van de zomernacht is voelbaar gemaakt in de veranderende melodische motieven in Sommarnatt uit 1945, op een tekst van de Zweedse dichteres Anne-Marie Hornborg.

Jean Sibelius

Jean Sibelius was een romantische componist wiens composities ook het hoogtepunt van het nationalisme in de Finse muziek vormen. Hij schreef kamermuziek, vocale muziek, muziek voor piano, voor viool, maar is toch het meest bekend door zijn orkestwerken. Zijn werk drukt een intense en mystiek getinte liefde voor de natuur uit, vaak met de broeierige melancholie van het Finse landschap. In zijn symfonieën gebruikte hij binnen de klassieke vorm zijn eigen, op korte motieven gebaseerde schrijfwijze. Deze thema’s die altijd origineel waren, werden gaandeweg als volksmuziek beschouwd. Rakastava (De Minnaar) is een vroeg werk, geschreven voor mannenkoor, maar later bewerkt voor gemengd koor en gebaseerd op een Finse legende uit de Kanteletar, een bundel Finse volkspoëzie uit 1840.

Kaija Saariaho

Een van de bekendste contemporaine Finse componisten is Kaija Saariaho (Helsinki 1952). De componiste woont al enkele decennia in Parijs. Haar werk aan het IRCAM (Institut de Recherche et Coordination Acoustique/Musique) markeert een wending in haar componeren van strikt serialisme naar spectralisme. De voor haar zo karakteristieke rijke klankweefsels combineert ze vaak met elektronische geluiden. Nuits, Adieux werd in 1991 oorspronkelijk voor vocaal kwartet en elektronica geschreven. Vijf jaar later herschreef ze dit werk echter op verzoek van The Joyful Company Of Singers in een versie waar een gemengd koor de elektronica vervangt en imiteert. In haar eigen woorden zegt Kaija Saariaho dat Nuits, Adieux gaat over zingen, ademen, fluisteren, de nacht en vaarwelzeggen. 

Beat Furrer

Het Helsinki Kamerkoor wordt wereldwijd hoog aangeslagen wanneer het gaat om het vertolken van contemporaine muziek. Met de Zwitsers-Oostenrijkse componist Beat Furrer heeft het Helsinki Kamerkoor en haar dirigent Nils Schweckendiek een speciale band opgebouwd, zozeer zelfs dat de serie Enigma’s van Furrer tot het visitekaartje van het Helsinki Kamerkoor beschouwd kan worden. Hun cd-opname van dit werk ontving de Preis der Deutsche Schalplattenkritik 2016 en werd door de Sunday Times “one of the recordings of the year” genoemd. Met Beat Furrers Enigma’s brengt Nils Schweckendiek weliswaar geen van origine Finse muziek naar Meesters&Gezellen, maar wel de voor het Helsinki Kamerkoor zo karakteristieke eigentijdsheid en verbondenheid met deze componist. De Enigma’s kunnen nu al beschouwd worden als zeer belangrijke 21e-eeuwse koormuziek. 

De teksten van de serie Enigma’s (2006-2015) zijn afkomstig uit de Profezie van Leonardo da Vinci, een serie geschriften waarin Da Vinci simpelweg door het gebruik van de toekomende tijd alledaagse zaken weet om te toveren tot profetieën; krachtig en mystiek.
Furrers manier van componeren wordt geleid door zijn fascinatie voor transformatieprocessen, zoals verandering van vocaal, van toonhoogte of van spreken naar zingen en weer terug. 

Einojuhani Rautavaara 

De Vigilie (All-Night Vigil) is een liturgie in de Oosters-Orthodoxe kerk, bestaande uit een samenvoeging van de Vespers (in de avond), de Metten (aan het eind van de nacht) en de Primen (aan het begin van de dageraad). De vigilie wordt gevierd op de avonden voorafgaand aan zondagen en belangrijke feestdagen. Rautavaara voltooide zijn Vespers in 1971 en zijn Metten in 1972.   

Rautavaara beschrijft zelf dat zijn Vigilie sterk geïnspireerd is op de beelden die hij als kind zag toen hij het eiland-klooster van Valamo in het midden van het Ladoga meer bezocht. Het scheen hem toe alsof de eilanden op lucht dreven terwijl steeds meer kleurige koepels en torens tussen de bomen zichtbaar werden. De klokken gingen luiden: de lage bromklok en te hoge tinkelende klokjes, de wereld was vol klank en kleur. En dan de monniken met hun zwarte baarden en hun gewaden, de hoog gewelfde kerken, de afbeeldingen van de heiligen, koningen en engelen op de iconen….  Deze beelden bleven steeds aanwezig en speelden een rol bij het componeren van de pianocyclus Iconit (Iconen) en, drie decennia later, van de Orthodoxe Vigilia. “De archaïsche, donkergekleurde, melancholische en toch niet droeve heilige teksten grepen mij sterk aan. Toevalligerwijs was de dag van de uitvoering het Feest van de Onthoofding van Sint Jan de Doper. De liturgische tekst voor die dag kende ongelooflijke, primitief ruwe en mystieke passages.”
In de Orthodoxe liturgie worden geen instrumenten gebruikt en daarom wilde Rautavaara het koor op zo veel mogelijk verschillende manieren inzetten. Er zijn een aantal soli (basso profondo, tenor, sopraan en alt). Het koor zingt, spreekt en fluistert. De glissandi zijn een traditioneel fenomeen in de oude Byzantijnse liturgie. Er is ook een “bas-pedaal”-groep met een buitenaardse lage bes. Volgens Rautavaara ligt deze Vigilia qua bezieling en expressie dichter bij de oude wereld van het Byzantijnse gezang dan bij de nieuwere negentiende-eeuwse Russische kerkmuziek.