Programma

Pierre Abélard – Dolorum Solatium voor mannenkoor
Georgi Sztojanov – Angelic Books *
Uit het Fleury-manuscript – Ordo Rachelis voor vrouwenkoor
Johann Sebastian Bach – Komm, Jesu, komm
Johannes Brahms – Fünf Gesänge op. 104
Rudolf Escher – Le vrai visage de la paix

Luister naar (fragmenten) van een opname van het concert op donderdag 15 februari in de Sint Janskerk in Maastricht. Opnames: Albert Jan de Boer / AJdB Multimedia

Meesters&Gezellen onder leiding van Daniel Reuss (chef-dirigent en artistiek leider van Cappella Amsterdam)

*) Opdracht van:

Toelichting

Verdriet, nostalgie en hoop: de composities op dit programma worden met elkaar verbonden door hun pure, menselijke emoties. De emoties waar mensen honderden jaren geleden al mee te maken hadden zitten ons vandaag nog net zo hoog. De nadruk ligt op hoop en vrede, een hunkering naar een nieuwe tijd. Dit programma omspant bovendien bijna duizend jaar aan koormuziek: een mooie uitdaging aan de jonge zangers om hun kennis en techniek rond muziek uit diverse periodes uit te diepen, begeleid door ervaren docenten.

De middeleeuwse filosoof en theoloog Pierre Abélard, afkomstig uit de buurt van Nantes, is bekend als een geniale denker, maar minstens even beroemd is hij om zijn privéleven. Er is een uitgebreide briefwisseling overgeleverd tussen hem en zijn geliefde Héloïse. De romance met zijn leerlinge eindigde in een tragedie, de geliefden werden gescheiden. Er zijn mensen die in zijn Planctus David super Saul et Jonathan (Dolorum Solatium), waarin de Bijbelse David rouwt Jonathan (en Saul), Abélards persoonlijke klacht om het verlies van zijn Héloïse menen te horen. Het verdriet gaat in elk geval diep, ‘Meer dan een broer’, noemt David Jonathan. Ruim honderd hymnes zijn er van Abélard bekend, bij een aantal daarvan bestaat muziek. Het is eenstemmige muziek die doet denken aan Gregoriaans, maar in de melodie en uitdrukking komt ook hier Abélards genie naar voren.

Het Speelboek van Fleury is een collectie met Latijnse, Bijbelse drama’s, die rond het jaar 1200 in een manuscript zijn verzameld in de Benedictijner abdij van Fleury (maar waarschijnlijk niet daar geconcipieerd). Deze Bijbelse spelen zijn overgeleverd met eenstemmige muziek, genoteerd in neumen. Sommige werden tijdens de liturgie uitgevoerd, andere hadden een niet-liturgische bestemming, zoals de spelen over Sinterklaas. Ordo Rachelis gaat over de moord op de onschuldige jongetjes in Bethlehem, waartoe koning Herodes opdracht had gegeven (Mattheus 2:16-18). Ook Rachel verloor haar kinderen en is ontroostbaar. ‘Heu, heu!’, ‘Wee mij,’ beklaagt zij zich. Waarschijnlijk werd het spel jaarlijks op 28 december uitgevoerd, de dag waarop de Katholieke Kerk zich het martelaarschap van deze kinderen herinnert.

Bachs magistrale, dubbelkorige motet Komm, Jesu, komm BWV 229 is vermoedelijk een begrafenisstuk. Het stamt uit Bachs vroege jaren als Thomascantor in Leipzig (1723-1732). Waar aan motetten doorgaans een Bijbelse tekst ten grondslag lag, is de tekst van BWV 229 van de hand van Paul Thymich, die het in 1684 vermoedelijk voor de uitvaart van de toenmalige rector van de Thomasschule schreef. De tekst maakte het Bach mogelijk om veel tekstuitbeelding te gebruiken. De twee koren versterken elkaar bijvoorbeeld in hun uitroepen: ‘Komm, Jesu, komm!’ En precies bij ‘Du bist der rechte Weg, die Wahrheit und das Leben’ gaat Bach over in een driedelige maatsoort. Uit dit werk spreekt hoop op betere tijden, al komen die pas na de dood.

De meesterlijke Fünf Gesänge Op. 104 van Johannes Brahms zijn alle, op een na, gecomponeerd in 1888. Met gevoelens vol nostalgie en melancholie schreef de 55-jarige componist liederen over het verlies van de jeugd, de verloren zomer, en de sterfelijkheid van de mens. De eerste drie liederen zijn gezet voor zesstemmig koor, de laatste twee zijn vijf- en vierstemmig. Brahms liet zich hoorbaar inspireren door de polyfonie van oudere meesters als Palestrina en Bach, componisten die hij bewonderde en waar in de negentiende eeuw een ware hype rond was ontstaan. De cyclus besluit met Im Herbst, een van de meest sombere stukken koormuziek, kippenvel verzekerd.

Le vrai visage de la paix is een van de belangrijke Nederlandse koorwerken van de twintigste eeuw. Rudolf Escher, in 1912 geboren in Amsterdam, componeerde het stuk in 1953, enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog. De tekst is gebaseerd op een gedicht van de Franse dichter Paul Éluard: ideaal als inspiratiebron, vond de componist, omdat die ‘over niets anders dan vrede spreekt. In een vloeiende stroom van metaforen roept het in beeld na beeld de ene na de andere gedaante op, waarin vrede denkbaar is in de individuele mens en tussen de mensen onderling, voor zover deze niet heimelijk hunkeren naar pijn verwekken en moord. Het heldere gelaat en de vruchten van de vrede roept het op en ook de schoonheid en het reële nut van vrede. Maar bovenal is het gedicht één poëtisch pleidooi voor de wil tot vrede.’ Alles stroomt in Le vrai visage de la paix. Haast buiten zinnen hunkert het naar een nieuwe, gerechtige wereld.

Delen van Sztojanovs Angelic Books gingen in 2016 al in Amsterdam in première, maar het volledige en imposante werk beleeft nu in de handen van Meesters&Gezellen zijn wereldpremière. De componist bouwde het stuk op in drie grote delen die scenes uit de Eerste Wereldoorlog schetsen. De delen worden omkranst door een engelenkoor dat commentaar geeft. In het eerste deel klinkt een dodenmars, en roept een naderend geestenleger gefluisterde ruimtelijke effecten op. Dan volgt een tableau aan het front: het geroezemoes vanuit de loopgraven aan Duitse en Franse zijde. Wanneer het engelenkoor het kerstlied Veni, veni Emmanuel zingt, besluiten de strijdende partijen de strijd neer te leggen om Kerst te vieren – al is het maar voor één dag. Aan de hand van een Hongaarse roman, waarin aan nachtmerrie aan paranoia wordt getekend, worden de gevaren van het extreem-nationalisme ontbloot. Dit is een belangrijk thema voor Sztojanov: ‘Nationalistische regeringen zijn opnieuw bezig om hun groep af te scheiden van de rest van de wereld. Door ons de gebeurtenissen uit de Eerste Wereldoorlog te herinneren zouden we moeten leren van onze fouten.

Tekst: Susanne Vermeulen @quivis